Programma's

Voorleesprogramma’s rond Jiddisje schrijvers
Tot het midden van de 19de eeuw waren de Joden in Oost-Europa achtergesteld bij de rest van de bevolking. Ze leefden religieus, geïsoleerd in hun sjtetls (stadjes) en waren meestal doodarm. Jiddisj was de spreektaal, geen taal om boeken in te schrijven.

Pas in de tweede helft van de 19e eeuw ontstond er een niet-religieuze Jiddisje literatuur, die ervoor zorgde dat de sjtetlbewoners kennis konden maken met de rest van de wereld. Een fascinerende periode, die een aantal fantastische schrijvers heeft opgeleverd.

In de programma’s rond Jiddisje schrijvers lees ik voor uit hun vertaalde werk en vertel over hun verdwenen wereld.

Alle voorleesprogramma’s duren twee maal drie kwartier. Wilt u na het lezen van onderstaande beschrijving meer weten, of één van deze programma's boeken? Klik dan hier of ga naar Contact.

Nasjen
Nasjen Zou nasjen, (snoepen, smullen) typisch Joods zijn?
Vast niet. Toch horen bij veel joodse feestdagen bepaalde gerechten, die niet alleen symbolisch zijn, maar ook lekker. Zo worden er matzes gegeten met Pesach, latkes met Chanoeka, blintzes met zure room tijdens Sjawoe’ot.

In dit feestelijke programma lees ik verhalen, gedichten en geintjes voor over eten, drinken en soms het gebrek daaraan en vertel ik over de symbolische, vaak religieuze betekenis van de gerechten.
Zo eten we ons als het ware door het joodse jaar heen en als toetje ontvangt u een folder met recepten.
Het meisje, de moeder, de vrouw
dos mejdele, die mame, dos wejb

Vrouwen in het sjtetl
Het was nogal een chaos in het feodale, tsaristische Rusland aan het eind van de 19de, begin 20ste eeuw. Het wemelde van de geheime genootschappen, organisaties, bewegingen en er ontstonden allerlei revolutionaire stromingen, zoals het socialisme, communisme, anarchisme. Net als het zionisme, als reactie op de anti-joodse maatregelen. Dankzij de opbloei van jiddisje literatuur dringt de moderne tijd ook door tot de gesloten, ultra-religieuze wereld van het sjtetl.

Er zijn veel schrijvers, maar weinig schrijfsters die romans en korte verhalen over die overgangsperiode hebben geschreven.
In dit programma lees ik fragmenten voor uit de boeken van Esther Kreitman (Bilgoraj, 1891), Bella Chagall (Witebsk, 1895) en Chaia Raismann (Moskou, 1890), vertel over hun leven en over dat van de andere meisjes, moeders en vrouwen in het Russische Vestigingsgebied.
Sjolem Aleichem
Sjolom Alejchem
‘Sjolem aleichem’, vrede zij met u, is de klassieke Jiddisje begroeting met het al even klassieke antwoord: ‘Aleichem sjolem.’ Vast niet toevallig is het de schrijversnaam van Sjolem Rabinowitz. Hij is er wereldberoemd mee geworden. Geboren in 1859 in het Russische sjtetl Voronko, begraven in 1916 in New York.
Volgens ooggetuigen werd hij op die laatste tocht begeleid door meer dan 100.000 mensen. Dat waren zeker niet alleen Oost-Europese Joden, die in de Nieuwe Wereld heimwee hadden naar vroeger. Dankzij de vele vertalingen kon iedereen genieten van Motl, de zoon van de voorzanger; Tevje, de melkboer en al die andere kleine krabbelaars in zijn verhalen en romans.

Een eeuw na zijn dood zijn al die figuren nog springlevend. Misschien omdat ze altijd zijn beschreven met milde humor, mededogen en wijsheid. Sjolem Aleichem putte voor zijn werk veel uit zijn eigen leven. In vele opzichten staat dat model voor het leven van talloze Oost-Europese Joden uit die periode: eind 19de, begin 20ste eeuw. In dit voorleesprogramma vertel ik daarover en lees toepasselijke fragmenten uit zijn romans en verhalen voor.
Donkere dagen
Donkere dagen Een feestelijke bijeenkomst in de donkere decemberdagen vraagt bijna om verhalen. In dit programma lees ik er twee voor. Voor de pauze een verhaal van Isaac Bashevis Singer dat zich afspeelt tijdens Chanoeka, het joodse ‘Feest van de lichtjes’. Natuurlijk vertel ik ook over de oorsprong, de betekenis en de gebruiken van dit feest.

Na de pauze een onvervalst kerstverhaal van de bijna vergeten Nederlandse schrijver J.W.F. Werumeus Buning. Een geestige vertelling over de scheldende, schoppende, trappende Jacob, de kameel van koning Balthazar, die door het stiekem snoepen van een strootje uit de kribbe verandert in een mak lammetje.
Terug naar boven